ALP
Alkalische fosfatase (ALP) is een enzym dat voorkomt in meerdere organen en weefsels, waaronder de lever, botten en galwegen.
Samenvatting
Wat is alkalische fosfatase?
Alkalische fosfatase, afgekort ALP, is een enzym dat van nature in het lichaam voorkomt. Enzymen zijn eiwitten die chemische reacties versnellen. ALP splitst specifiek fosfaatgroepen af van andere moleculen en doet dit het beste in een basisch (alkalisch) milieu. Vandaar de naam.
Het enzym is aanwezig in verschillende weefsels: de lever, de galwegen, de botten, de dunne darm, de nieren en de placenta tijdens een zwangerschap. Bij volwassenen is het overgrote deel van het ALP in het bloed afkomstig uit de lever en de galwegen. Dat maakt het een logische marker bij onderzoek naar lever- en galwegaandoeningen.
Omdat ALP ook actief is in botweefsel, produceren osteoblasten, de cellen die nieuw botweefsel aanmaken, eveneens ALP. Bij verhoogde botombouw stijgt het ALP-gehalte in het bloed dan ook meetbaar.
Waarvoor wordt ALP gemeten?
ALP maakt deel uit van het standaard leverprofiel, een reeks bloedwaarden die samen een beeld geven van hoe de lever functioneert. Het enzym helpt onderscheid te maken tussen verschillende soorten leverproblemen. Zo wijst een sterk verhoogd ALP eerder op een stoornis in de galafvoer dan op directe schade aan levercellen.
Naast leveronderzoek kan de arts ALP aanvragen bij verdenking op botaandoeningen. Bij ziekten waarbij botweefsel versneld wordt afgebroken of aangemaakt, loopt het ALP-gehalte op. Het is daarmee een nuttige aanvulling op andere botmarkers.
Ook bij zwangerschap is ALP relevant. De placenta produceert een eigen vorm van het enzym, waardoor ALP in het derde trimester van nature stijgt. Dit is een normale fysiologische aanpassing en geen reden tot zorg.
Wat betekenen afwijkende waarden?
Verhoogd ALP
Een te hoge ALP-waarde heeft uiteenlopende oorzaken. In de lever en galwegen kan een verhoogd niveau duiden op cholestase, een belemmering van de galstroom. Dit kan het gevolg zijn van galstenen, maar ook van primaire biliaire cholangitis, een chronische auto-immuunziekte van de galwegen. Ook levercirrose, hepatitis en uitzaaiingen in de lever kunnen het ALP-gehalte beïnvloeden.
Vanuit het skelet zijn er eveneens diverse oorzaken mogelijk. De ziekte van Paget, waarbij de botombouw sterk is verstoord, leidt tot zeer hoge ALP-waarden. Rachitis en osteomalacie, beide veroorzaakt door vitamine D-tekort, gaan gepaard met verminderde botmineralisatie en kunnen het ALP verhogen als compensatiemechanisme. Botmetastasen, waarbij kanker zich naar de botten verspreidt, verhogen de botombouw en daarmee het ALP. Hyperparathyreoïdie, een overactiviteit van de bijschildklieren, stimuleert botafbraak en kan op dezelfde manier het ALP doen stijgen.
Minder bekende oorzaken zijn infecties, inflammatoire darmziekten of bepaalde geneesmiddelen die de lever of het botmetabolisme beïnvloeden. Een verhoogd ALP is dus een signaal dat nader onderzoek rechtvaardigt, maar het stelt op zichzelf geen diagnose.
Verlaagd ALP
Een te laag ALP-gehalte komt minder vaak voor en wordt niet altijd als problematisch beschouwd. Toch zijn er situaties waarbij lage waarden aandacht verdienen.
Een zeldzame genetische aandoening, hypofostatasie, zorgt voor een verminderde aanmaak van ALP, met als gevolg problemen met de botvorming en mineralisatie. De ernst varieert sterk: sommige volwassenen merken weinig van de aandoening, terwijl ernstige vormen bij kinderen al vroeg in het leven tot botproblemen leiden.
Voedingstekorten kunnen eveneens het ALP verlagen. Zink en magnesium zijn beide nodig voor een normale enzymfunctie, en een tekort aan deze mineralen kan de activiteit van ALP verminderen. Ook eiwittekort door ondervoeding kan de aanmaak van enzymen remmen. Verder kunnen schildklierafwijkingen zoals hypothyreoïdie en aandoeningen met een overproductie van cortisol, zoals het syndroom van Cushing, de ALP-waarden beïnvloeden.
Wanneer is een ALP-meting zinvol?
Een ALP-bepaling is nuttig als er klachten zijn die kunnen passen bij lever- of galwegproblemen, zoals geelzucht, pijn rechtsbovenin de buik, vermoeidheid of donkere urine. Ook bij botpijn, vervorming van botten of vermoed vitamine D-tekort kan de arts besluiten ALP mee te prikken.
Daarnaast is ALP een standaardonderdeel van bredere gezondheidsonderzoeken. In combinatie met andere leverwaarden, zoals ASAT, ALAT en GGT, geeft het een completer beeld van de levergezondheid. Alleen op basis van ALP is het niet mogelijk om een diagnose te stellen. De waarde krijgt betekenis in samenhang met klachten, andere labwaarden en eventueel beeldvormend onderzoek.
Twijfel je of een ALP-meting voor jou relevant is? Een arts of laboratoriumspecialist kan je helpen bepalen welk onderzoek in jouw situatie het meest informatie geeft.
Auteur
Het team van zample™