Progesteron
Progesteron is een vrouwelijk geslachtshormoon dat een centrale rol speelt bij de menstruatiecyclus, de vruchtbaarheid en een gezonde zwangerschap.
Samenvatting
Wat is progesteron?
Progesteron is een hormoon dat van nature in het lichaam wordt aangemaakt. Bij vrouwen produceert het corpus luteum, de reststructuur van de follikel na de eisprong, de grootste hoeveelheid. De bijnierschors draagt in kleinere mate bij aan de productie. Bij mannen is progesteron ook aanwezig, zij het in aanzienlijk lagere concentraties.
Het hormoon heeft meerdere taken. De meest bekende is het voorbereiden van het baarmoederslijmvlies op een mogelijke innesteling van een bevruchte eicel. Progesteron maakt dit slijmvlies dikker en vermindert de samentrekkingen van de baarmoeder. Blijft bevruchting uit, dan daalt de progesteronproductie en begint de menstruatie. Treedt er wél een zwangerschap op, dan houdt progesteron verdere eisprong tegen en helpt het een miskraam te voorkomen.
Naast de voortplantingsfunctie beïnvloedt progesteron ook slaap, stemming en huidgezondheid. Het is daarmee een hormoon met een bredere impact op het dagelijks welbevinden dan vaak wordt gedacht.
Waarvoor wordt progesteron gemeten?
Artsen meten progesteron om meerdere redenen. De meest voorkomende is het vaststellen of er een eisprong heeft plaatsgevonden. Na de ovulatie stijgt de progesteronwaarde en blijft die verhoogd gedurende de tweede helft van de cyclus, de luteale fase. Een meting in dit venster geeft betrouwbare informatie over of en wanneer de eisprong heeft plaatsgevonden. Dat is nuttig bij zwangerschapswens of bij onderzoek naar anovulatie, het uitblijven van een eisprong.
Tijdens de zwangerschap stijgt progesteron verder. Regelmatige metingen helpen te beoordelen of de placenta voldoende hormoon aanmaakt om de zwangerschap te ondersteunen. Een te lage waarde in vroege zwangerschap kan wijzen op een verhoogd risico op miskraam of een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.
Ook bij hormonale aandoeningen zoals het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS), endometriose of onverklaarde vruchtbaarheidsproblemen wordt progesteron gemeten. In combinatie met andere hormonen, zoals oestradiol, geeft het een completer beeld van de hormonale balans en kan het richting geven aan verder onderzoek of behandeling.
Wat betekenen afwijkende waarden?
Te lage progesteronwaarden
Een lage progesteronwaarde kan meerdere oorzaken hebben. Bij anovulatie wordt er weinig tot geen progesteron aangemaakt, omdat het corpus luteum zich niet vormt zonder eisprong. Dit leidt tot een chronisch lage waarde gedurende de hele cyclus.
Een andere oorzaak is luteale fase-insufficiëntie, waarbij de luteale fase te kort is of onvoldoende progesteron produceert. Dit kan innesteling bemoeilijken of een vroege miskraam in de hand werken. Bij vrouwen met PCOS zijn de progesteronwaarden door onregelmatige of uitblijvende eisprong vaak structureel laag.
Klachten die kunnen passen bij een laag progesteron zijn onregelmatige of pijnlijke menstruatie, stemmingswisselingen, premenstruele klachten en moeite met zwanger worden. Deze klachten zijn niet exclusief voor dit hormoon, maar kunnen een reden zijn om de waarde te laten bepalen.
Te hoge progesteronwaarden
Een verhoogd progesteronniveau is tijdens een normale zwangerschap volledig verwacht en zelfs gewenst. Buiten een zwangerschap kunnen hoge waarden wijzen op een corpus luteumcyste, een goedaardig blaasje op de eierstok dat na de eisprong is ontstaan en progesteron blijft produceren.
Een tekort aan oestrogeen kan het lichaam aanzetten tot compensatoire progesteronproductie, wat eveneens tot verhoogde waarden leidt. In zeldzamere gevallen kan een tumor van de bijnierschors de oorzaak zijn. Bijbehorende klachten kunnen zijn: onregelmatige menstruatie, gevoelige of vergrote borsten, acne, gewichtstoename en vermoeidheid.
Referentiewaarden en wanneer meten?
De progesteronwaarden worden uitgedrukt in nmol/L en verschillen sterk per fase van de cyclus en per levensfase. De volgende richtwaarden worden algemeen gehanteerd:
- Folliculaire fase (eerste helft cyclus): lager dan 4,5 nmol/L
- Luteale fase (tweede helft cyclus): 11 tot 81 nmol/L
- Na de menopauze: lager dan 2,3 nmol/L
- Mannen: 0,9 tot 3,9 nmol/L
Het juiste meetmoment is cruciaal. Een meting in de luteale fase, ongeveer zeven dagen vóór de verwachte menstruatie, geeft de meest relevante informatie over of de eisprong heeft plaatsgevonden. Een uitslag beoordelen zonder te weten wanneer in de cyclus er is gemeten, leidt al snel tot verkeerde conclusies.
Overweeg een progesteronmeting bij een actieve zwangerschapswens, bij vermoeden van onregelmatige eisprong, bij aanhoudende premenstruele klachten of als een arts aanvullend hormonaal onderzoek aanraadt. Een enkele meting geeft al waardevolle informatie, maar de arts zal de uitslag altijd in samenhang bekijken met andere hormoonwaarden en de klinische situatie.
Auteur
Het team van zample™