layout.layout.t1
Snelle resultaten, duidelijke begeleiding

Monocyten

Bloed en hematologie

Monocyten zijn witte bloedcellen die een sleutelrol spelen in de afweer van je lichaam. Ze vormen ongeveer 2 tot 8 procent van alle witte bloedcellen.

Samenvatting

Monocyten worden aangemaakt in het beenmerg en transformeren in de weefsels tot macrofagen: cellen die ziekteverwekkers opruimen en ontstekingen reguleren. Te lage waarden kunnen wijzen op bepaalde infecties of beenmergaandoeningen, terwijl verhoogde waarden kunnen duiden op infecties, auto-immuunziekten of bloedziekten. Meting gebeurt via een differentiaal telling als onderdeel van een volledig bloedbeeld.

Wat zijn monocyten?

Monocyten behoren tot de witte bloedcellen, ook wel leukocyten genoemd, en vormen een essentieel onderdeel van het immuunsysteem. Ze worden geproduceerd in het beenmerg en circuleren vervolgens door het bloed. Hoewel ze in het bloed relatief weinig in getal zijn, namelijk zo'n 2 tot 8 procent van alle witte bloedcellen, hebben ze een grote impact op hoe ons lichaam reageert op dreigingen van buitenaf.

Zodra monocyten de bloedbaan verlaten en weefsels binnentrekken, veranderen ze in macrofagen. Dit zijn grotere, gespecialiseerde cellen die letterlijk vreemde deeltjes, bacteriën en celafval opnemen en vernietigen. Naast dat directe opruimwerk spelen macrofagen ook een coördinerende rol: ze geven signalen door aan andere immuuncellen zodat het lichaam snel en gericht kan reageren op een infectie of beschadiging.

Monocyten produceren ook stoffen die betrokken zijn bij het reguleren van ontstekingsprocessen. Ze kunnen een ontsteking zowel aanwakkeren als temperen, afhankelijk van wat de situatie vereist. Dat maakt hen tot veelzijdige spelers in de afweer.

Waarvoor wordt de meting gebruikt?

Het meten van monocyten geeft inzicht in de toestand van het immuunsysteem. Een arts kan op basis van deze waarde beoordelen of er iets met de afweer aan de hand is, of dat er aanwijzingen zijn voor een onderliggende aandoening. De meting maakt deel uit van een differentiaal telling, een laboratoriumonderzoek waarbij de verhouding tussen de verschillende typen witte bloedcellen in kaart wordt gebracht.

Bij een differentiaal telling worden naast monocyten ook neutrofielen, lymfocyten, basofielen en eosinofielen gemeten. Elk type heeft zijn eigen functie, en een afwijking in één of meerdere van deze celsoorten kan waardevolle informatie geven over wat er zich in het lichaam afspeelt. De differentiaal telling is een standaard onderdeel van een volledig bloedbeeld.

De analyse kan zowel geautomatiseerd worden uitgevoerd door een hematologieapparaat als handmatig via microscopisch onderzoek. Bij microscopisch onderzoek telt een laborant de verschillende celtypen zelf. Beide methoden geven een gedetailleerd beeld van de samenstelling van het bloed.

Wat betekenen afwijkende waarden?

Te lage monocytenwaarden

Een verlaagd aantal monocyten, ook wel monocytopenie genoemd, kan verschillende oorzaken hebben. Bepaalde infecties kunnen het aantal monocyten tijdelijk doen dalen. Zo kan een infectie met het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) leiden tot lagere monocytenwaarden. Ook het parvovirus B19, de verwekker van de vijfde ziekte bij kinderen, kan een verlagend effect hebben op het aantal monocyten in het bloed.

Daarnaast kunnen aandoeningen die het beenmerg aantasten leiden tot monocytopenie. Bij aplastische anemie produceert het beenmerg te weinig bloedcellen van alle soorten, waaronder monocyten. Hetzelfde geldt voor myelodysplastisch syndroom, een groep van beenmergaandoeningen waarbij de bloedcelproductie verstoord is. Bij deze aandoeningen dalen vaak ook de aantallen van andere witte en rode bloedcellen.

Te hoge monocytenwaarden

Een verhoogd aantal monocyten heet monocytose. Dit kan een reactie zijn van het lichaam op een infectie, met name bacteriële infecties zoals tuberculose. Ook chronische ontstekingsziekten kunnen gepaard gaan met verhoogde monocytenwaarden, waaronder aandoeningen waarbij het immuunsysteem het eigen lichaam aanvalt, de zogeheten auto-immuunziekten.

Bloedziekten zoals leukemie kunnen eveneens leiden tot een stijging van het aantal monocyten in het bloed. In dat geval is de monocytose onderdeel van een bredere verstoring van de bloedcelproductie. Verder kan langdurig gebruik van corticosteroïden, ook wel cortison genoemd, leiden tot licht verhoogde monocytenwaarden. Dit is een bekend bijeffect van deze medicijnen.

Wanneer is meten zinvol?

Een meting van monocyten is relevant wanneer er klachten zijn die kunnen wijzen op een infectie, een ontsteking of een aandoening van het immuunsysteem. Denk aan aanhoudende vermoeidheid, terugkerende infecties of onverklaarbare gewichtsafname. Ook bij het opvolgen van bekende aandoeningen die de bloedsamenstelling beïnvloeden, kan regelmatige meting nuttig zijn.

Monocyten worden vrijwel altijd gemeten als onderdeel van een breder bloedonderzoek, zoals een volledig bloedbeeld met differentiaal telling. Op die manier wordt de waarde van monocyten steeds in de juiste context beoordeeld, samen met de overige witte bloedcellen en andere bloedparameters. Een geïsoleerde monocytenwaarde zegt minder dan het totale plaatje.

Het interpreteren van de uitslag laat u het best over aan een arts of specialist. Afwijkende waarden zijn niet altijd een teken van ziekte, maar vragen wel om een zorgvuldige beoordeling van uw volledige gezondheidssituatie.

Auteur

Het team van zample™